Verlies, verliesverwerking en rouw: waar hebben we het over?
Het begrip rouw is een containerbegrip, d.w.z. dat dit woord gebruikt wordt voor veel ervaringen en betekenissen die refereren aan verlies, verliesverwerking, pijn, (emotionele) uitingen van rouw enz.
In het Engels (en Frans) zijn verschillende termen gangbaar. Met de term ‘bereavement’ (‘être en deuil’) wordt het verlies van een betekenisvol iemand door de dood aangeduid, dus de feitelijke situatie waarin iemand zich bevindt na het overlijden van een dierbare. Het woord ‘grief’ (‘l’affliction, faire son deuil’) wordt gebruikt voor de affectieve pijn en verwerking, het emotionele antwoord op het verlies en ‘mourning’ (les rites de deuil) staat voor de publieke uiting van rouw, de rouwcultuur met haar symbolen en rituelen.
In het Nederlands omvat het woord rouw de drie betekenissen, waardoor misverstanden en verwarring ontstaan. Zo wordt rouw meestal gelijkgesteld aan de rouwpijn, wat bijdraagt tot de afwijzing van rouw en het zo vlug mogelijk streven naar een eindpunt. Rouw is echter meer dan de rouwpijn en ook iets anders dan verliesverwerking op zich.
Door meer onderscheid aan te brengen, kunnen we onze zoektocht naar de betekenis van rouw, de oorzaken en de gevolgen, de verschillen en de overeenkomsten helpen verduidelijken.
Verlies en verliesverwerking
Verlies en verliesverwerking zijn universeel en inherent aan het leven.
Er is verlies dat eigen is aan ieders levensloop en ook noodzakelijk is voor onze ontwikkeling en groei tot volwassene. Telkens weer moeten we afscheid nemen: van de moederarmen om zelfstandig te kunnen lopen, van de veilige thuis voor de onbekende schoolwereld, van de vrijgezellentijd voor het aangaan van een vaste relatie. Van jongsaf ervaren we ook verlies door de dood van bijv. een lievelingshuisdier, een opa of oma, een buurman of -vrouw. Deze confrontaties en ontmoetingen met de dood helpen ons om een houding t.o.v. de dood te ontwikkelen, een houding die gekleurd wordt door wat we in onze omgeving ervaren.
Er zijn verliezen die niet direct tot ieders levensloop behoren bijv. door een verhuizing, door echtscheiding, door conflict, door de te vroege dood van een eigen ouder. Soms worden we geconfronteerd met onverwacht, gewelddadig en schokkend verlies (bijv. de zelfdoding van een dierbaar iemand, een dodelijk ongeval of een moordaanslag…) dat traumatische gevolgen kan hebben.
Het tijdsperspectief kan heel verschillend zijn. Soms is verlies tijdelijk, bijv. een ziekte waardoor we een vakantieweek verliezen of het weggaan van mama bij de dagopvang. Verlies kan ook definitief zijn als we van een geliefd voorwerp of relatie afstand moeten doen of afscheid nemen. Een verlieservaring kan een eenmalig kort moment zijn, maar ook een langgerekt proces van jaren bijv. door een chronische ongeneeslijke ziekte als bijv. multiple sclerose, dementie.
Er zijn verschillende soorten verlies. We verliezen niet alleen mensen, maar ook voorwerpen, dromen, een thuis, een werkplek, gezondheid. En meestal brengt een verlies andere verliezen mee (secundair verlies) bijv. op fysiek, psychisch, materieel en sociaal vlak (bijv. door de echtscheiding is het inkomen drastisch verminderd).
Er is zichtbaar verlies, maar ook veel verborgen verlies (ongewilde kinderloosheid, armoede, het krijgen van en leven met een gehandicapt kind, ontslag, verlies van een huisdier, faillissement).
Er is veel niet erkende rouw. Denken we maar aan mensen in sociaal niet geaccepteerde relaties (bijv. de minnares), aan mensen die maatschappelijk niet geaccepteerd gedrag hebben vertoond (bijv. alcoholisme, druggebruik), aan mensen uit minderheidsgroepen, aan maatschappelijk kwetsbare groepen (bejaarden, gevangenen, mensen met beperkingen), aan diegenen die een gestigmatiseerd verlies meemaken (bijv. door zelfdoding, door AIDS). Niet erkende rouw kan leiden tot meer gevoelens van schaamte en schuld, onmacht, verdriet, maar ook tot minder steun van de omgeving en de hulpverlening en dus tot ook tot complicaties in het rouwproces.
Hoe we verliezen verwerken wordt gekleurd door onze omgeving. We leren omgaan met verlies van kindsbeen af door de rouwstijl van onze ouders, door de boodschappen die ze ons geven als we met verlies worden geconfronteerd of door hoe zij omgaan met de impact van verlies. Bijv. “In onze familie was er geen tijd om te rouwen, er werd nooit meer over het overleden kind gepraat”.
Ook de cultuur heeft invloed: we rouwen op een manier die ‘passend’ is.
Elk verlies, klein of groot, betekent verandering, soms een rimpeltje in het bestaan en soms een ruwe en intense verstoring en ontwrichting van het leven. We passen ons aan en verwerken het verlies met heel ons ‘zijn’: met ons lichaam (we kunnen niet eten, niet slapen, we hebben spierpijn), onze gevoelens (angst, verdriet, hulpeloosheid), ons denken (we relativeren, ordenen, lossen problemen op, vermijden om eraan te denken, geven betekenis) en ons handelen (we ondernemen acties, sporten). We doen dit nooit alleen, maar altijd in relatie met anderen (we trekken ons terug, zoeken contact, voelen ons begrepen, proberen iets nieuws met de hulp van een vriend).
Meestal kunnen we het verlies inpassen in ons leven. Maar soms zijn onze binnen- en buitenwereld zodanig veranderd en onherkenbaar geworden door een traumatisch verlies, dat het een hele tijd duurt vooraleer we de ervaring kunnen integreren. Soms zijn we er een heel leven mee bezig omdat we steeds weer met het verlies worden geconfronteerd bijv. na een zwaar verkeersongeval op twintigjarige leeftijd waarbij een been werd geamputeerd, veroorzaakt door een dronken chauffeur die vluchtmisdrijf heeft gepleegd.
Rouw
Rouw is een specifieke vorm van verliesverwerking. Rouw is het antwoord dat we geven op het verlies van een betekenisvolle relatie met iemand. Bij rouw gaat het over het verlies van een persoon die veel voor ons betekent, iemand waaraan we gehecht zijn, iemand van wie we houden. Vandaar dat rouw omschreven wordt als ‘de kostprijs van de hechting’ of ‘de achterkant van de liefde’. We zouden niet rouwen als we ons niet zouden hechten aan iemand of als we niemand graag zouden zien.
‘Antwoord’ verwijst naar het feit dat we niet kunnen kiezen in wat ons overkomt, maar wel in hoe we ermee omgaan. Rouwen is een actief gebeuren. De eerste stap is de keuze om op weg te gaan, zich een weg te zoeken in de veranderde realiteit. Voor dat antwoord hebben we vier instrumenten: ons lichaam, onze emoties, ons denken en ons handelen.
Het verlies van een hechtingsfiguur doet pijn. Rouwpijn is de scheidingspijn, de emotionele pijn die we ervaren door het afgesneden zijn, door het gemis en door het intens verlangen om die band te herstellen (liefdesverdriet).
Elke rouw is uniek: elke persoon is uniek en elke relatie ook. Met de term rouwtraject worden de stappen bedoeld die we zetten om ons aan te passen aan de innerlijk en uiterlijk verander(en)de wereld waarbij we heen en weer bewegen tussen de processen die ons helpen bij de verliesverwerking en de processen die ons helpen om verder te leven zonder de dierbare. Dit heeft tot doel het verlies te integreren (‘een plaats te geven’) in ons levensverhaal (onze identiteit). Het verlies en het verwerken van het verlies maken ons tot wie we zijn op dit moment in ons leven, met ons verleden en onze toekomst.